Nu het seizoen ten einde is, is het ook een goed moment om terug te kijken en te evalueren.
Het was een heel slecht seizoen. Een seizoen waar in tegenstelling tot de normale verwachting de mannen niet beter werden maar slechter, een seizoen waar het zelfvertrouwen van de jongens smolt als sneeuw voor de zon, een seizoen waar ze ongetwijfeld wel iets hebben geleerd maar om nu precies aan te geven wat, is eigenlijk een onbegonnen opgave. De tijd zal het hopelijk leren.
Trainer/coach Peter Dussenbroek heeft van vrijwel het begin af aan geen enkele mogelijkheid voorbij laten gaan om te benadrukken, zowel naar de buitenwacht als naar de ouders en de spelers, dat hij was opgezadeld met een buitengewoon slechte selectie. In zijn ogen een team dat heel moeilijk te coachen was en zeer langzaam dan wel niet in staat was te leren. Kortom, hoe slecht kun je het treffen als betaalde coach van een prof club? En hij heeft het zeer slecht getroffen. Na ruim 44 wedstrijden en 100 trainingen kunnen deze mannen, welliswaar geselecteerd uit spelers in een ruime kring rondom Utrecht, ogenschijnlijk slechter voetballen dan 10 maanden geleden. Saillant detail is, dat deze zelfde trainer vorig jaar vond dat zijn D1 van dat jaar veeeel slechter was dan zijn D2 waar hij ook traner van was. En nu blijken deze jongens uit de D2, aangevuld met een aantal nieuwe spelers, dit seizoen wederom een kat in de zak te zijn.
Een klein drama. In mijn ogen vooral voor de spelers. Ruim de eerste helft van het seizoen heeft het team 13 keer in een volstrekt andere opstelling gespeeld (blijkbaar was hij niet in staat de poppetjes op de juiste plaats te zetten en werd teruggegrepen naar het aloude dobbelen). De verdediging mocht zelden verder dan 15 meter voor de eigen 16 spelen. Iedere wedstrijd werd de gehele voorhoede gewisseld. Het verbaast dan ook niemand dat er geen spoor van automatisme in het spel kwam. En nadat de eerste helft van de competitie werd afgesloten met 9 maal verlies, 1 maal winst en 1 maal gelijk, en de aanhoudende klaagzang van de trainer over het nivo van de groep, was het zelfvertrouwen van de mannen tot een minimum teruggebracht. Absoluut dieptepunt was de wedstrijd tegen Haaglandia waar de coach bij achterstand in de rust in de kleedkamer op de massagetafel ging liggen en weigerde ook maar één woord met de spelers te wisselen en hiermee het nonverbale coachen tot een absoluut hoogtepunt bracht.
Met een achterhoede die vlak voor de eigen 16 moest blijven hangen, kwamen er legio kansen voor de tegenstander, het middenveld werd gedegradeerd tot een tweede verdediging en de voorhoede die lange en hoge ballen net voorbij de middellijn moest opvangen moest maar zien hoe ze de resterende 45 meter moest overbruggen. Na 13 wedstrijden stond de trieste balans op 8 doelpunten voor en 32 tegen. De conclusie van de staf: We hebben een buitengewoon slechte lichting maar vooral een zeldzaam slechte aanval die niet tot scoren komt. En als je de cijfers ziet klopt dat bijna. Er is inderdaad 24 keer te weinig gescoord om 13 punten uit 13 wedstrijden te halen. Of we hebben er 24 te veel tegen gekregen. Voor een team wat louter vanuit de verdediging heeft gespeeld geen beste cijfers, voor een team van een profclub met een prof trainer een blamage. En al die tijd zat een zwijgzame coach in de dugout zich te verbijten over zoveel onmacht op het veld.
Na de winterstop en 13 wedstrijden werd voor drie wedstrijden de coaching door Koos van Tamelen overgenomen omdat Dussenbroek een schorsing van 3 wedstrijden moest uitzitten. Hiermee werd van de kant meer gecoached en werd het voor de mannen makkelijker om te spelen. Nog belangrijker was dat de mannen achterin mochten/moesten doorschuiven naar de middellijn en werd er hierdoor met meer druk naar voren gevoetbald en was het voor de verdediging niet elke keer een ramp als een speler van de tegenpartij er doorheen brak. Maar de negen wedstrijden die nog over waren in de competitie waren niet meer genoeg om uit de onderste regionen weg te sluipen. Met meer druk naar voren en meer consistentie in de opstelling werden nog wel 9 punten uit 9 wedstrijden gehaald waar in de eerste helft het er slechts 5 uit 13 waren.
Uiteindelijk was het de allerlaatste wedstrijd van het seizoen waar gespeeld moest worden om degradatie of niet. Gelukkig werd het het laatste en mag de nieuwe D1 ook weer in de eerste divisie spelen.
Hiermee is wellicht het enige en belangrijkste winstpunt van dit D1 seizoen genoemd. Voor de rest was het voor alle jongens vooral een verloren seizoen, waarbij voor mij veruit de slechtste man van het team trainer/coach Dussenbroek zelf was.
Ik weet het, het klinkt niet aardig, en zo is het ook bedoeld. Het is voor mij onbestaanbaar dat je als professioneel coach bij een professionele jeugdopleiding met droge ogen durft te beweren dat het matige presteren van een team geheel en al de schuld is van jongens van 13 en dat jij als volwassen vent daar geen enkel deel in hebt gehad. Bovendien impliceert dit dat het gehele scouting en selectie apparaat van FC Utrecht, toen dit team werd geformeerd, in diepe slaap was gesukkeld.
Na 22 wedstrijden staat de teller op 15 doelpunten voor en 47 tegen. Eindigend op een 9e plaats met 17 punten minder dan de nummer 8 en slechts 2 punten meer dan de nummer 12.
Bijna de gehele voorhoede is naar huis gestuurd, en in het laatste Utrecht Magazine stond nogmaals voor iedereen te lezen dat het een zeer teleurstellend jaar was geworden voor de D1 pupillen waarbij het vooral de voorhoede was die hier schuld aan had. Maar dat was ondertussen al lang bekend, na de kansloze nederlaag van 4-0 tegen Haarlem was de heldere analyse van de leiding: gebrek aan scorend vermogen. Terwijl ik, en velen met mij, aan de kant het idee had dat er was verloren door een stuurloos team wat na 9 maanden niet meer in staat was te voetballen. Het was echter gewoon de schuld van een paar jongens van 13. Rotjongens!.
Dat is ook de directe aanleiding voor dit stukje. Wie de bal kaatst moet tenslotte de bal verwachten. Hoewel, veel passender is: je krijgt exact terug wat je er in stopt. En gezien het seizoen is dat bedroevend weinig geweest.
Volgend jaar ben ik benieuwd hoe de nieuwe D1 onder Dussenbroek zal eindigen. Ik hoop van harte dat het beduidend beter zal zijn dan dit jaar en dat de coach mij mijn ongelijk bewijst. Ik zal hem dan als eerste een kaartje met excuses sturen, maar ik ben bang dat het niet nodig zal zijn.
Voor alle duidelijkheid, mijn zoon is een van die “rotjongens†die is afgevallen. Het lijkt dus gemakkelijk om te denken dat om die reden dit stukje is geschreven.
Als je geselecteerd wordt hoort direct daarbij de mogelijkheid dat je afvalt. Binnen de spelopvatting van Dussenbroek heeft o.a. mijn zoon niet kunnen brengen wat er van hem werd verwacht en was het voor zowel hem als mij volkomen acceptabel dat het avontuur na dit jaar ophoudt. Hij heeft zijn best gedaan en het was blijkbaar niet goed genoeg. Dit 13 jarig jongetje kan dat begrijpen en accepteren. Waar de schoen wringt is, dat de jeugdopleiding van Utrecht en de coach blijkbaar niet tot hetzelfde in staat zijn.
De club en de trainer hebben ongetwijfeld hun best gedaan, het was echter overduidelijk niet goed genoeg. Hopelijk geeft dit stukje voldoende aanleiding om in de spiegel te durven kijken. Maar dat is oneindig veel moeilijker dan de verantwoordelijkheid die je hebt, ver van je af te gooien.
Alfgelopen jaar waren er ook veel leuke momenten, werd er in een prachtige competite gespeeld en was het heus niet allemaal kommer en kwel. Er waren echter te veel momenten en incidenten die hebben aangetoond dat het dragen van een pakje met een profclub logo niet automatisch betekent dat het ook werkelijk over de hele linie professioneel is. Helaas.
Dussenbroek zal waarschijnlijk een goede trainer zijn, als coach van deze leeftijdsgroep heeft hij echter veel en veel te vaak zijn brevet van onvermogen afgegeven. Aan de kant werd ik steeds weer opnieuw bevestigd in deze opvatting. Van een groot aantal scouts kreeg ik hetzelfde verhaal, van ouders, maar zelfs bij de tegenstanders was het ongeloof vaak groot. Natuurlijk, de beste stuurlui staan aan wal, maar een schipper die zich op de borst klopt dat hij net niet is gezonken hoort wellicht op de tram thuis. Dat de Jeugdopleiding van Utrecht, met hun neus er boven op, deze schipper gewoon een nieuw schip geeft, is eigenlijk nog onbegrijpelijker.
Voor FC Utrecht valt er dus nog heel veel te leren en verbeteren. En kom niet aanzetten dat je als professionele organisatie bent benadeeld door je spelertjes. Dat is hetzelfde als Philips zou zeggen dat ze worden benadeeld door hun eigen producten.
Daar wordt naar binnen gekeken om de fout te ontdekken. Diegene die zegt dat het komt door het rotte plastic of rotte weerstandjes wordt per direct ontslagen. Het waarom is namelijk veel belangrijker dan het wat.
Mace Dekker.
Dit stukje heb ik, samen met een brief over zaken van het afgelopen jaar die wat mij betreft niet op het internet thuishoren, ruim een week geleden gestuurd aan het hoofd jeugdopleiding FC-Utrecht Koos van Tamelen en aan trainer-coach Peter Dussenbroek. Het leek mij niet meer dan eerlijk hun hiervan van te voren op de hoogte te stellen en eventueel hun reactie mee te plaatsen. Tot op heden heb ik geen reactie gehad.